Installateur Bongo Solar Projects is samen met de projectleider van stichting Kennemer Energie druk bezig met de voorbereiding. Hieronder vallen zaken als de afstemming met Liander over de aansluiting van de installatie op het netwerk vanuit de buitenopstelkast en met het hijsen van de materialen op het dak en de daarmee samenhangende vergunning en toestemming van de gemeente.

Onder voorbehoud van die toestemming zal de installateur eind deze week (22 januari 2021) of begin volgende week starten met bouwen.

Afhankelijk van de afspraken met Liander verwachten we dat het lukt om de installatie uiterlijk eind februari 2021 aan te sluiten op het netwerk.

Alle zonnestroomdelen zijn afgenomen door inwoners.

In Santpoort-Noord gaan we het gezamenlijk zonnestroomdak in januari a.s. aanleggen, op het dak van VvE Residentie Huis ten Bilt. Bijna alle zonnestroomdelen zijn afgenomen door bewoners. Er is nog een klein aantal beschikbaar.

Wil je nog meedoen? Wie het eerst komt, die het eerst maalt!

KLIK HIER voor de pagina met meer uitleg en mogelijkheid tot inschrijven.

Zowel om duurzame als financiële redenen is het interessant om aan te haken!

 

 

De Postcoderoosregeling waarmee buurtbewoners kunnen deelnemen aan de gezamenlijke zonnestroomdaken gaat veranderen. Het wordt omgezet in een subsidieregeling.
 
Meer hierover is te vinden op deze website.
 
Projecten die al in gang gezet zijn en in de afrondingsfase zitten kunnen we gebruik maken van een overgangsregeling.
 
Voor ons en de inschrijvers van onze projecten Mendelcollege Haarlem en Huis ten Bilt in Santpoort-Noord is dat goed nieuws: we kunnende  definitieve inschijvingen door deelnemers afronden in december en hebben dan nog het eerste kwartaal 2021 de tijd om de installatie te plaatsen.
 
De details voor de nieuwe postcoderoosregeling (subsidie) gaan we verder bestuderen en worden van toepassing op het eerstvolgende nieuwe project.

 

 

Goed nieuws: In Santpoort-Noord gaan we een nieuw gezamenlijk zonnestroomdak aanleggen, op Residentie Huis ten Bilt. Je kunt hierin meedoen met zonnestroomdelen. KLIK HIER voor de pagina met meer uitleg.

Zowel om duurzame als financiële redenen is het interessant om aan te haken!

 

 

Benno Boeters was (hoofd-)redacteur van Technisch Weekblad, volgt met een technische bril de ontwikkelingen in duurzame energie en is voorzitter van energie-coöperatie Spaarnezaam. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.

De wind waait vaker

Met het realiseren van collectieve zonnedaken in Haarlem en omgeving hebben we de afgelopen jaren goede ervaring opgedaan. Maar die andere optie voor groene stroom – wind – daar doen we niks aan. Dat is eigenlijk merkwaardig. Al jaren staan er aan de rand van de toegedekte afvalheuvel bij Schoteroog vier oude windmolens. Stil. Een heel slecht signaal.

Zon of wind? Tijd voor een vergelijking. Om 1 TWh (terawattuur, ofwel 1 miljoen megawattuur) te produceren, heb je 1053 MWp opgesteld vermogen aan zonnepanelen en een oppervlak van 1000 hectare nodig. Die ‘draaien’ gemiddeld 950 vollasturen per jaar (meer zon zit er niet in). Om dezelfde hoeveelheid groene stroom uit wind te krijgen heb je 285 MW aan opgesteld vermogen nodig; dat zijn 57 windturbines van 5 MW. Die draaien zo’n 3500 vollasturen per jaar.*

Stel dat we in Haarlem één 3 MW-windturbine zouden hebben, dan zou die voor minstens 2000 huishoudens stroom leveren. Dat is meer dan we nu halen met de acht collectieve pv-daken. Die ene molen zou meer dan zes keer zoveel opbrengen als al onze collectieve panelen (!)
Ja, die vollasturen… Het aantal uren dat pv-panelen op vol vermogen presteren is nu eenmaal veel lager dan die van wind (950 versus 3500). Met excuus voor de open deur: het waait ook ’s nachts en in de winter. Juist daarom is stroom uit wind zo’n goede aanvulling; in de periode dat we het hoogste energieverbruik hebben, doen pv-panelen heel weinig.

In de RES-sen (Regionale Energie Strategieën) waarover nu druk vergaderd wordt, maken de opstellers dus ook plannen voor meer wind. En de gemeente Haarlem brengt met een informatienota de optie van nieuwe windmolens op Schoteroog weer onder de aandacht. Want het bestuurscollege heeft Duurzaam Doen als motto in het coalitieakkoord. Dus wil het ‘marktpartijen faciliteren bij het realiseren van projecten’. Er liggen op Schoteroog mogelijkheden om voor vier- tot zesduizend huishoudens groene stroom op te wekken. Met een combinatie van windturbines en pv-panelen op de zonkant van de heuvel. Hoe de verdeling zon / wind moet zijn, geeft de nota niet aan.

Maar wel is duidelijk dat nieuwe windmolens toch echt groter moeten zijn dan de 3 MW-turbines waar nu mee gerekend wordt. ‘Ze zijn namelijk ouderwets en te klein. Regio’s die uitgaan van 3 MW windturbines verkijken zich op deze keuze. Want het is onmogelijk om met deze turbines een rendabele businesscase te bouwen. Een kleinere turbine klinkt misschien sympathiek maar is onhaalbaar. Bovendien kun je met minder turbines toe als je ze groter maakt; 1 grote windturbine oogst veel meer wind dan zijn twee kleinere broertjes samen.’ Zo stelt de Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA), de branchevereniging van de windsector.

Het grote dilemma is: hoe groot of hoe hoog kunnen nieuwe windmolens op Schoteroog zijn. Waar ligt de bovengrens qua vergunningen (Schiphol) en qua maatschappelijke acceptatie? Een moderne windmolen van meer dan 4 MW vermogen heeft een tiphoogte van ongeveer 200 m (as-hoogte plus lengte van de wieken/bladen).

Het kan zijn dat het faciliteren door de gemeente uitmondt in groen licht voor een paar ‘grote jongens’. In dat geval zal de huidige eigenaar dank u wel zeggen, ze installeren en jaar na jaar de opbrengst incasseren. Als de molens niet hoger mogen zijn dan…(?) kan de eigenaar denken: ik laat het erbij, ik verkoop de oude meuk. Dan kán er wellicht een financiering voor die minder rendabele – maar wel zeer nuttige – turbines gevonden worden in – bijvoorbeeld – de (nieuwe?) postcoderoosregeling.

Kortom, óf grote molens – dan wordt het commercieel – óf minder grote en niet interessant voor een marktpartij, en ‘dan maar’ gefinancierd via postcoderoos of ander model. Minder winst in euro’s, maar die winst gaat wel naar een of meer coöperaties en dus de lokale deelnemers . En veel groene stroom. Ook in de winter.

*Die cijfers hanteert de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie. In het Klimaatakkoord wordt gerekend met 854 vollasturen voor zonnepanelen en 3237 vollasturen voor wind op land.

 

Benno Boeters was (hoofd-)redacteur van Technisch Weekblad, volgt met een technische bril de ontwikkelingen in duurzame energie en is voorzitter van energie-coöperatie Spaarnezaam. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.

Nieuwe PCR is doodklap

Subsidies werken prima, vooral als je die ruimhartig uitdeelt. Zoals voor het bijstoken van houtsnippers in (kolen-)centrales, om de CO2-uitstoot te verminderen en de levensduur van die centrales te verlengen. Kost miljarden maar het werkt wèl. De kopers van elektrische auto’s subsidiëren, blijkt ook goed aan te slaan. Kijk maar naar al die Tesla’s op de weg. Zo duwt de regering ons de gewenste richting op. Besturen door aan subsidiekranen te draaien.

Soms komt er uit die subsidiekraan een straaltje dat maar nét genoeg is. De huidige Postcoderoosregeling met het verlaagd tarief in de energiebelasting kost geen miljarden. Toch wil minister Wiebes per 1 januari een andere regeling. Hij beloofde verbetering maar het voorstel wat er nu ligt is een heel slecht plan.

Terwijl hij eerder aangaf dat de regeling zeker niet zou verslechteren; de terugverdientijd zou rond 7,5 jaar blijven. De Tweede Kamer nam in september vorig jaar nog een motie van de CU aan, waarin gesteld werd dat een nieuwe PCR geen ‘stop and go’-effect mag hebben (geen stilstand in nieuwe projecten door financiële onzekerheid) en dat coöperaties geen negatieve gevolgen mogen ondervinden. Iedereen gerustgesteld.

Ten onrechte. In de nieuwe postcoderoosregeling 2021 gaat de terugverdientijd voor deelnemers van ongeveer 7,5 jaar naar 15 jaar! De opbrengst per opgewekte kilowattuur gaat van 12 cent naar 6,5 cent (van 0,118 naar 0,065 euro). Ter vergelijking: een particuliere eigenaar van zonnepanelen krijgt 0,16 euro per kWh aan subsidie.

Gelukkig is de PCR-2021 die nu op tafel ligt nog een concept. Maar je vraagt je wel af met welk doel de bedenkers – mensen van het Planbureau voor de Leefomgeving – dit zo hebben opgeschreven. Wij, de mensen die ervaring hebben met collectieve zonnedaken, kunnen maar een ding concluderen: dit valt niet te verkopen, dit is de doodklap voor de postcoderoosregeling, einde oefening voor de energiecoöperaties.

Uiterst merkwaardig is dat de PBL-ers in hun berekeningen blijken uit te gaan van rendementen van grootschalige pv-projecten die met SDE++ zijn gesubsidieerd. En met vollasturen die alleen haalbaar zijn met zuid-opstellingen (en niet de meest voorkomende: oost-west-) en de perfecte hellingshoek van de panelen. Het komt niet op bij de PBL-cijferaars om uit te gaan van de gemiddelde cijfers van de bestaande PCR-daken, die ruim voorhanden zijn. Zij maken liever sommetjes voor de postcoderoos met SDE-getallen. Snapt u het nog?

Verder hebben de ontwerpers van de nieuwe regels bedacht dat collectieve zonnedaken straks voor 50% gefinancierd moeten worden uit vreemd kapitaal. Dus voor de helft geleend geld. Terwijl wij, de coöperaties, zeer gesteld zijn op het idee dat wij onze eigen installatie hebben, met ons gezamenlijk ingebracht kapitaal. Áls een coöperatie voor een deel externe financiers wil – bijvoorbeeld om een lage instap voor mensen met een smalle beurs mogelijk te maken – mag dat dan aub een eigen keuze zijn?

Wat is de bedoeling minister Wiebes? De burgerinitiatieven de nek omdraaien? Alle kaarten op grote commerciële partijen Met SDE-geld erbij?

Energie Samen heet de lobbyclub die met de minister onderhandelt over de nieuwe PCR. ‘Energie Samen vindt het fijn dat dit conceptadvies er nu ligt’, schrijven ze. De toon mag wel wat feller, beste mensen. De minister moet zich aan zijn beloften en gemaakte afspraken houden.

Benno Boeters

https://energiesamen.nu/nieuws/85/concepttarief-postcoderoossubsidie-te-laag

Vrijdag 3 juli hadden we de afsluitende ‘borrel’ ter ere van het zonnestroomdak. Wat verlaat in verband met covid-19. In de werkplaats was er een korte presentatie en dankwoord aan de betrokkenen en hebben we en drone-opname laten zien van het dak en de installatie. Op die manier hebben deelnemers ook een beeld bij wat er op het dak ligt. Dit is vanaf de straat niet te zien.
 
De drone-opname is online te zien op het YouTube kanaal van Kennemer Kracht: https://youtu.be/hx09KD3emFs
 
En bekijk het filmpje op Facebook dat vloggers van de gemeente Velsen maakten in het kader van de campagne Duurzaam Velsen.
 

Benno Boeters was (hoofd-)redacteur van Technisch Weekblad, volgt met een technische bril de ontwikkelingen in duurzame energie en is voorzitter van energie-coöperatie Spaarnezaam. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.

RES en regisseur

Het schiet misschien niet zo op met de Energietransitie, maar er wordt wél druk over vergaderd! Zo zijn veel lokale en provinciale ambtenaren nu aan het steggelen over de Regionale Energie Strategie; in ons geval die voor Noord Holland Zuid. Heel Nederland is opgedeeld en in elke regio (in totaal 30) zoemt het praatcircuit over de grote vraag hoe we in 2030 half zoveel CO2 gaan uitstoten als in 1990.

Er is een website, er is ondersteuning, een handreiking, een afwegingskader, een expertpool, een analysekaart … En dat alles onder de paraplu van het Nationaal Programma RES. Klinkt fantastisch, alleen knaagt de vraag: wie heeft hier de leiding, wie is de RES-regisseur, de eindverantwoordelijke?

De afgelopen weken konden wethouders deelnemen – online – aan bijeenkomsten over Energietransitie & Leiderschap. ‘Leiderschap’ klinkt ook goed, maar als je ziet welke thema’s daar aan bod kwamen – ‘draagvlak creëren’, ‘verbinden’, ‘hoe betrek je de gemeenteraad’ en ‘hoe ga je om met de media?’ – dan associeer ik dat niet met leiderschap, eerder met de hete aardappel naar anderen toeschuiven.

Korte samenvatting van het voorafgaande: Klimaatakkoord … het ging even moeizaam maar in de zomer van 2019 lag het zowaar op tafel. Heel veel partijen hadden meegepraat, echter toch vooral een ‘Haags’ verhaal. Goed bedacht in de residentie, maar wie gaan het doen? Een doel stellen is niet zo moeilijk, maar hoe krijg je het voor elkaar, hoe voer je het uit, hoe boek je per jaar concreet resultaat? Wie is verantwoordelijk en krijgt op zijn of haar donder als het niet goed gaat in de uitvoering?

De gemeenten hebben ook wel heel veel op hun bordje gekregen. ‘Den Haag’ pronkte met het Klimaatakkoord maar kiepert de uitvoering over de schutting naar de gemeenten. (Daar heeft de meepratende VNG ook voor getekend). Een Haagse habitude die overigens ook bij andere lastige kwesties speelt.

Zijn de lokale ambtelijke organisaties daarvoor toegerust, opgeleid en ingesteld?

Het gemeentelijk apparaat is meestal goed in controleren op alle juridische details, toezien op regels en naleving, àlle aspecten de revue laten passeren… En daar de tijd voor nemen. Beter in bedenken waarom het niet kan. De echte doeners zitten daar doorgaans niet. De doeners, de ongeduldige types die behept zijn met een gevoel van urgentie en dadendrang, zitten meer bij de energie-initiatieven en -coöperaties.

Dat zijn wij dus. We hebben zelfs een Vereniging, de VEINH (voor heel Noord Holland) en die club heeft 10 aanbevelingen geformuleerd. Een heus RES Manifest dat de overheidsdienaren – wat mij betreft – uit hun hoofd moeten leren. Want wij hebben na zo’n vijf jaar proefdraaien nu wel een keer kijk op hoe het niet en hoe het wel moet. Laat bewoners meeprofiteren van hier opgewekte duurzame energie, geef dakeigenaren een premie voor zonnedaken, stel een ontwikkel-investeringsfonds in, geef ruimte aan kleine windmolens en betrek ons bij duurzame warmte. Zie het Manifest op https://veinh.nl/wp-content/uploads/2020/06/RES-Manifest.pdf

En voor de wethouders die al dan niet de sessie over Energietransitie & Leiderschap hebben gevolgd, wijzen we nog eens extra op aanbeveling 6: Wees als gemeente Procesregisseur. En dan gaat het niet om draagvlak en verbinden of omgaan met de media – dat ruikt veel te veel naar verantwoordelijkheid afschuiven, verder polderen – maar keihard om uitvoering, per jaar concrete resultaten bereiken en extra inspanning leveren als projecten tegen zitten.

Benno Boeters